Glaucoom

Glaucoom

Dat wij kunnen zien, danken we aan onze ogen en hersenen. Het beeld waarnaar we kijken wordt in onze ogen omgezet in elektrische signaaltjes. Via de oogzenuw gaan deze signaaltjes naar onze hersenen. Pas in de hersenen worden we ons bewust van wat we zien. Bij glaucoom is er schade aan de kop van de oogzenuw. Meestal komt dit door een te hoge oogboldruk, maar er kan ook schade ontstaan bij een normale oogdruk. Door het afknellen en afsterven van de oogzenuw, wordt de verbinding tussen het oog en de hersenen langzaam, maar blijvend beschadigd. Door het verloren gaan van oogzenuwvezels ontstaan blinde vlekken in het beeld en uitval van het gezichtsveld. Glaucoom komt meestal aan beide ogen voor. Onbehandeld leidt glaucoom uiteindelijk tot blindheid. Tijdige ontdekking en behandeling van glaucoom is essentieel om de beschadiging van de oogzenuw af te kunnen remmen of stoppen.
 

Hoe herken je het?

In het begin geeft glaucoom meestal geen klachten van gezichtsverlies. Het beginstadium van glaucoom is daarom nooit merkbaar, tenzij de oogdruk gemeten en de oogzenuw beoordeeld wordt. Na verloop van tijd ontstaan bij deze cliënten vaak heel langzaam blijvende donkere vlekken aan de buitenkant van het gezichtsveld. Op een gegeven moment krijgen deze mensen het idee dat ze door een koker kijken. Andere mogelijke klachten zijn het zien van zwarte of wazige vlekken of het ontbreken van delen van het beeld.
 

Leeftijd

Zeker 10.000 mensen in ons land hebben glaucoom. Vermoedelijk hebben nog eens 100.000 mensen de aandoening zonder dit te weten. Iets meer dan 1 procent van de 40 tot 89-jarigen heeft glaucoom. Dat percentage stijgt tot circa 3 procent bij 80-plussers.
 

Risicofactoren

Waarom de oogzenuw wordt aangetast, is nog niet tot in alle details bekend. Bepaalde factoren komen echter wel vaker voor bij glaucoompatiënten.

  • Verhoogde oogboldruk (normaal onder de 22 mmHg)
  • Glaucoom in de familie (kans is 10 keer groter dan normaal)
  • Hoge leeftijd (4 % van de mensen van boven de 80 jaar heeft glaucoom)
  • Hoge sterkte (+ of –) van bril/contactlenzen, of gehad in het verleden
  • Afrikaanse of Aziatische afkomst
  • Hart- en vaatziekten (dit kan de doorbloeding van de oogzenuw beïnvloeden)
  • Het gebruik van corticosteroïden of oogdruppels (medicijnen die ontstekingen en infecties onderdrukken)
  • Een dun hoornvlies, vaak na refractiechirurgie aan het hoornvlies (dit kan de meetwaarde beïnvloeden, waardoor glaucoom gemist kan worden).
     

Wat kan de optometrist doen?

Omdat de aandoening glaucoom heel langzaam erger wordt, hebben mensen niet altijd in de gaten dat hun ogen achteruit gaan. Intussen wordt de oogzenuw wel aangetast. Daarom is het verstandig om vanaf het veertigste levensjaar geregeld de ogen te laten onderzoeken door een optometrist. Zeker als er glaucoom in de familie voorkomt. De aandoening is niet te genezen, maar een tijdige diagnose kan wel verdere achteruitgang voorkomen. Als glaucoom wordt geconstateerd, is het (vanwege de erfelijkheid) handig om familieleden eveneens in te lichten en te attenderen op het belang van een controle.
 
Bij de diagnose glaucoom hoort een levenslange controle. De oogdruk, het gezichtsveld en de oogzenuw moeten regelmatig gecontroleerd worden. In samenspraak met de oogarts kan de optometrist dit voor je doen. De optometrist volgt de richtlijnen die er voor glaucoomonderzoek zijn afgesproken.
 

Behandeling

De behandeling van glaucoom begint dus bij het stellen van de diagnose. Er zijn vervolgens verschillende behandelmethoden om de oogzenuw niet verder of minder snel te laten beschadigen. Met als doel de oogdruk te verlagen.

  • Het dagelijks gebruik van oogdruppels: deze werken oogdrukverlagend.
  • Laseren om de inwendige vochtstroom te remmen of de afvoer te verbeteren.
  • Een operatie om druk te verlagen door de afvoer van het inwendige vocht te verbeteren.
  • Een staaroperatie. Door het verwijderen van de ooglens ontstaat er meer ruimte in het oog.


Meer informatie: